Israël en Palestina: in hokjes indelen helpt niet

Geschreven door Bregje Anna Faasse. Bregje Anna Faasse behaalde een bachelor Psychologie en zit nu in het tweede jaar van een bachelor Theologie aan de Universiteit Groningen. Op het moment is zij student-assistent aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. Dit artikel is eerder op de website van de Remonstranten gepubliceerd.

Afgelopen mei zijn de Jonge Remonstranten van Arminius met een groep van achttien jongeren afgereisd naar Israël en Palestina. Het doel van de reis was achter het nieuws, voorbij de muren. Dit sprak mij erg aan gezien naar mijn mening het nieuws niet altijd een ‘objectief’ verhaal vertelt, maar veelal politiek gekleurd is. Dit baseer ik niet louter op de Nederlandse berichtgeving, maar tevens op de buitenlandse. Hoe kan het dat zowel de Brexit-uitslag als de Amerikaanse verkiezingsuitslag voor veel mensen onverwachts kwam? Speelden de media hier de ’objectieve’ poortwachter of was hun agenda gekleurd? Met betrekking tot het conflict tussen Israël en Palestina heb ik mijzelf dan ook altijd afgevraagd waarom er zoveel landen pro-Israël zijn? Mijn observatie is echter dat de laatste tijd deze tendens langzaam aan het veranderen is.

Op alle fronten gediscrimineerd

Tijdens onze reis verbleven we bij Palestijnse gastfamilies in Bethlehem. Hier konden wij goed ervaren hoe het is om aan de andere kant van de muur te wonen. Bethlehem valt namelijk net binnen Palestijnse grenzen. De bewoners moeten elke dag door de checkpoints om bij hun werk te komen. In veel gevallen is dit zelfs niet mogelijk, omdat veel Palestijnen niet de juiste papieren hebben om naar Israëlitisch gebied te mogen oversteken. Hierdoor hebben veel van hen dan ook hun baan verloren.

Daarnaast vertelde onze gastmoeder over haar ervaringen met de Israëlische overheid. Er zijn tijden waarin het Palestijnse gebied door de regering van Israël afgesloten wordt van water en elektriciteit. Deze periodes kunnen soms wel een maand duren. Dit levert veel praktische problemen op zoals niet kunnen douchen, weinig drinkwater, de levensmiddelen niet kunnen koelen etc. Een aantal organisaties die we hebben gesproken, die zich inzetten voor de Palestijnse belangen, vertelden ons dat naar hun mening de Palestijnen structureel en doelbewust worden gediscrimineerd door de Israëlische overheid. Deze discriminatie ervaren zij op elke dimensie: educatie, infrastructuur, huisvesting, etc. De overheid stelt weinig geld beschikbaar voor het Palestijnse onderwijs en bouwvergunning worden zelden aan Palestijnen verstrekt.

Staat Israël zou zonder wapens niet bestaan

Het bijzondere aan onze reis was dat je in de ochtend het conflict vanuit Palestijns perspectief te horen kreeg en in de middag de Joodse visie op het probleem. In de morgen loop je in een Palestijns vluchtelingenkamp, in de middag spreek je een Joodse rabbi die in een Israëlische nederzetting woont. Dit is een kleine kolonie van Israëliërs in gebieden die op Palestina zijn veroverd en bezet na de Zesdaagse oorlog van 1967. Vanzelfsprekend levert dit in de praktijk conflict op omdat ze op veroverd Palestijns gebied zijn gebouwd. De rabbi vertelde ons dat deze plek als zijn thuis voelt. Dit is het land waar de bijbelse voorvaderen hebben geleefd. De Joden worden al eeuwenlang vervolgd en hebben een land nodig waar zij kunnen zijn. Daarnaast was zijn perspectief op het conflict dat wanneer de Palestijnen de wapens zouden neerleggen er vrede zou zijn. Wanneer echter de Israëlieten de wapens zouden neerleggen zou er geen staat Israël meer bestaan.

Beide perspectieven van het verhaal laten de menselijke kant van het verhaal horen. Mensen vertellen over hun angsten, hun ervaringen en hun hoop. Wij als buitenstaanders zijn snel geneigd een kant te kiezen: dit is het goede kamp en dit het slechte. Hierbij gaan de persoonlijke en individuele verhalen echter op in het collectief. Daarbij raakt naar mijn mening de menselijkheid en de sympathie voor de mensen die in dit conflict verwikkeld zijn ondergesneeuwd. Het categoriseren van mensen in hokjes en vakjes is blijkbaar een eigenschap welke bij de mens hoort. De kunst is mogelijk om niet direct dit label van een waardeoordeel te voorzien, maar daadwerkelijk te proberen om onbevooroordeeld naar de persoon en het verhaal te luisteren. ‘The Other may not be very other at all’ – Kwame Anthony Appiah.

Als ‘living rooms’ veranderen in ‘loving rooms’

Onlangs kwam een aantal deelnemers van het seminar dat in september 2016 gehouden is, weer bij elkaar voor een follow-up bijeenkomst in Jeruzalem. Een van de joodse deelnemers blikt terug op een bijzondere avond.

Het was enkele weken geleden een ijzige winteravond in Jeruzalem. We zaten, Palestijnen uit de Westbank en Israël en joodse Israëli’s, in een kleine woonkamer in het centrum van de stad. We aten pizza en dronken wijn. In tegenstelling tot het elfdaagse dialoogseminar waar we bijna een half jaar geleden op Cyprus allemaal aan hadden deelgenomen, spraken we nu nauwelijks over het conflict. Er werd soms een halfslachtige grap over de ‘huidige situatie’ in de groep gegooid, maar de Israëlische en de Palestijnse politiek ontbraken grotendeels in het gesprek.

Waar we wel over praatten was het alledaagse. Ik vertelde over een startup waar ik momenteel mee bezig ben, een Palestijns meisje – bijzonder getalenteerd – klaagde over hoe moeilijk het is om een baan te vinden als jonge Arabische vrouw in het door mannen gedomineerde gebied van de waterbouwkunde en Palestijnse christenen vertelden over kerst in Bethlehem. We openden Facebook, er werden foto’s genomen en we lachten de hele avond.

Zelfs nu nog is het moeilijk om dat gevoel van mij af te schudden; hoe gewoon het allemaal voelde. De bezetting – die enorme olifant die in elke kamer op Cyprus aanwezig was – was bijna onzichtbaar in die woonkamer in het centrum van West-Jeruzalem.

Maar toen ik nadacht over de omstandigheden die ons bij elkaar hadden gebracht, begreep ik beter hoe moeiteloos zo’n natuurlijke omgeving kon worden gemaakt. Deze fijne bijeenkomst met enthousiaste mensen, was alleen mogelijk omdat de olifant in de kamer al was aangesproken. Het conflict, de oorlog in Gaza, de bezetting, bomaanslagen en steekpartijen, checkpoints en de vernederingen: alle kaarten waren al op tafel gelegd en alles was besproken tijdens dat seminar op Cyprus.

Om die reden, en alleen om die reden, waren we in staat om samen in die woonkamer te zitten en met elkaar te lachen, te eten en grapjes te maken. Dé kwestie was al aan bod gekomen, we hadden onze harten gelucht, onze stemmen verheven, gehuild, gediscussieerd, onze verontschuldigingen gemaakt en we hadden zaken geanalyseerd – opnieuw en opnieuw en opnieuw, elf dagen lang.

Het conflict waar wij, Joden en Palestijnen, mee zijn opgegroeid heeft een trauma in ieder van ons gecreëerd. En zoals bij elk trauma is het onmogelijk het te behandelen, laat staan ervan te herstellen, zonder het eerst onder ogen te zien. De ‘andere kant’ wordt gezien als de bron van het trauma, dus ons trauma onder ogen zien betekent dat we letterlijk die ‘andere kant’ van het conflict onder ogen moeten komen en een open dialoog met die ander moeten creëren. Alleen als dat achter de rug is, kunnen onmogelijke vriendschappen mogelijk worden. En kan er ruimte voor liefde en waardering worden gecreëerd.

Het is waar dat liefde en waardering niet genoeg zullen zijn om het conflict op te lossen. Naar alle waarschijnlijkheid hebben beide zijden nog een lange weg te gaan en veel concessies te doen. Maar het is een begin, een goed begin, omdat het makkelijker zal zijn de nationale kloof te dichten als we er eerst in slagen om de menselijke kloof te overbruggen.